De kringloop is niet meer wat ze was. Waar je vroeger voor een euro een kast kocht die nog sober rook naar de jaren tachtig, vraag je nu de weg naar de pinautomaat — voor een tweedehands mok van IKEA.
“Duurzaam shoppen!”, roept de poster bij de ingang. Inderdaad: duurzaam qua prijs, want hij blijft lang hangen in je hoofd.
Winkels die draaien op gedoneerde spullen, vrijwilligers en subsidie, lijken ineens de logica van een designwinkel te hebben overgenomen. “Het is voor een goed doel”, zeggen ze, terwijl je je afvraagt welk doel precies — misschien het spaarpotje van de energierekening.
Het wordt allemaal keurig verantwoord met woorden als “maatschappelijke verantwoordelijkheid” en “circulaire waardecreatie”.
Mooie kreten, maar ze klinken wat hol als een gebruikte mok meer kost dan een nieuwe bij de Action.
Ondertussen raken de echte schatzoekers hun plezier kwijt. Kringlopen zouden plekken moeten zijn waar spullen én mensen een tweede kans krijgen, niet waar tweedehands ineens “vintage beleving” heet. In Losser lukt het blijkbaar nog wél om goedkoop en sociaal te blijven.
Daar kennen ze kennelijk nog het verschil tussen winst en waarde.
Misschien is dat precies wat we kwijt zijn geraakt: de gunfactor, vervangen door de kassabon. Toch?