Oldenzaal maakt zich op voor het Seniorengala, en je voelt het al: dit wordt geen bingo‑middag maar haute cultuur met een knipoog. In Hotel Het Landhuis aan de Bentheimerstraat, waar normaal keurige koffietafels staan, barst op vrijdag 13 februari om 15.00 uur een feestje los waar menig festivalletje jaloers op zou zijn.
De buutreedner staat op het podium, pakt de microfoon en kijkt de zaal in: “Ik zie hier meer ervaring dan in de hele Tweede Kamer.” Het publiek hikt van het lachen, iemand roept: “Dat kon ik vroeger óók!” en achterin probeert een heer zijn buurvrouw al tien minuten subtiel uit te leggen dat hij eigenlijk háár rollator heeft.
Ondertussen vliegen de gratis hapjes voorbij alsof er een Michelinster op het spel staat. De drank gaat met muntjes, die nóg slimmer zijn dan de bezoekers: die blijven gewoon geldig, ook als de eigenaar tegen vijven niet meer precies weet waar hij zijn jas, tas of kunstgebit heeft gelaten.
En dan de dresscode: netjes en feestelijk, maar géén carnavalskleding. In de grootste carnavalsstad boven de rivieren is dat ongeveer hetzelfde als zeggen: “Kom vooral binnen, maar laat je verkleedkist thuis.” Dus glimmende schoenen, strakke scheiding, jurk in de plooi – en de polonaise mag, maar dan wél in stijl.
Eén ding is nu al zeker: wie op 13 februari om 15.00 uur in Het Landhuis zit, heeft niet alleen een kaartje voor het Seniorengala, maar ook voor een middag vol verhalen waar de kleinkinderen later van zeggen: “Oma. zó wil ik ook oud worden.”